doelstelling artikelen messenger vliegvissen



09 maart 2014


De allerbeste boeken voor Deense zeeforelvliegen,
èn een al heel lang vergeten super zeeforelvliegje


Hèt land om vanaf de kust op zeeforel te vissen is Denemarken. De stranden van de eilanden Funen en Langeland zijn wereldberoemd. De grote Deense fjorden (Limfjord, Mariagerfjord, Vejlefjord, Koldingfjord) doen er nauwelijks voor onder. Dankzij een intensief kweek- en uitzetprogramma, en enorme hoeveelheden voedsel gedijt de zeeforel uitstekend in de Deense wateren. Heel veel Nederlandse vliegvissers trekken in het (vroege) voorjaar en de herfst naar hun eigen geheime stek aan de Deense kust (en vooral naar Funen) om daar de vis van hun leven (proberen) te vangen.

Dit artikel is bedoeld om de april, en mei vissers wat extra (vliegen in de) bagage mee te geven.
Met uitzondering van het (naar mijn mening tegenvallende) VNV Boekje “Zeeforel” van Harm ten Cate is hier in Nederland helaas vrijwel niets te koop dat je het nodige kan vertellen over het voedsel van de zeeforel en de daarbij horende imitaties.

In Denemarken is het (gelukkig) anders. Er bestaan daar namelijk twee schitterende boeken vanThomas Vinge, te weten: Havørred på Kysten I (fødedyr, imitation og fluer), en Havørred på Kysten II (Kystfluer og Fluebindingsmaterialer) (ISBN 87-985607-2-7 en ISBN 87-985607-3-5).

Havørred på Kysten I Havørred på Kysten II

De tekst is in het Deens, maar de foto’s en tekeningen zijn van een uitzonderlijk goede kwaliteit, en de bindpatronen heel begrijpelijk.

Deel I, Fødedyr, Imitation og Fluer, 168 bladzijden dik, behandelt, in uitgebreide hoofdstukken, een brede doorsnee van de voedseldiertjes van de zeeforel, hoe ze eruit zien, hun levenswijze, en de betekenis als voedselbron in de verschillende jaargetijden; aan deze specifiee hoofdstukken ligt veel wetenschappelijk onderzoek ten grondslag. Verder worden er diverse voorbeelden van succesvolle imitaties van die voedselbronnen (visjes, borstelwormen, kreeftachtigen, enz.) van de zeeforel gegeven.
En bovendien bevat het boek een historische beschrijving van de ontwikkeling van de unieke vliegvisserij op zeeforel aan de scandinavische kusten.

Deel II, Kystfluer og Fluebindematerialer, liefst 220 bladzijden dik, omvat de meest uitgebreide verzameling zeeforelpatroontjes ooit. Het boek beschrijft de achtergronden van ongeveer 250 zeeforelvliegen, en geeft duidelijke beschrijvingen van de betreffende bindpatroontjes. Er staan Matuka-, zonker-, punk-, muddler- en palmervliegen in, tubeflies, tandemvliegen en streamers, en bijzondere patroontjes van borstelwormen, garnalen, tanglopers, enz. Heel moderne, maar ook echt antieke vliegen worden beschreven.

De schrijver heeft de verschillende vliegen bij vliegbinders in heel Denemarken bij elkaar gezocht, maar er staan ook patroontjes in van een hele rij innovatieve vliegbinders uit Zweden, Noorwegen, Engeland, Duitsland, Oostenrijk, Amerika, Nieuw Zeeland, en zelfs uit Nederland. Er zijn speciale hoofdstukken over bijzondere bindtechnieken, en verder wordt ook nog ingegaan op de belangrijkste vliegbindmaterialen.

Op de foto’s zie je de omslagen van de boeken, een (deel van een) van de bladzijden uit deel I, met aasvisjes voor de zeeforel, en een (deel van een) van de bladzijden uit deel II, met een patroon van een gedeelde borstelworm of zager, bestaande uit aaneengeschakelde tubeflies; je kunt de lengte van de borstelworm aanpassen aan de lengte van de borstelwormen die op dat moment actief zijn (N.B. Zagers paaien in het vroege voorjaar en zwemmen dan actief aan de oppervlakte van het water, op dat moment kan de zeeforel “wild” op zwemmende zagers zijn); onder de foto in de tekst de door mij gebonden imitaties.


N.B. Beide boeken zijn inmiddels ook in het Duits verschenen, en daardoor ongetwijfeld een stuk beter leesbaar geworden. De boeken heten: „Meerforelle an der Küste I“ (Beutetiere, Fressverhalten und Fliegenimitationen); en „Meerforelle an der Küste II“ (Küstenfliegen: 250 Muster, Bindeanleitungen & Materialien).


De “Shrimp Slammer”

De hierboven getoonde, gedeelde zager imitatie is niet het lang vergeten zeeforelvliegje uit de titel van dit artikel. Neen, hierbij gaat het om de “Shrimp Slammer”, een “vergeten” garnaalimitatie, die zo’n 20 jaar geleden door Niels Vestergaard werd ontwikkeld, en die ik midden negentiger jaren voor het eerst tegenkwam in een nummer van het Noorse “Villmarksliv”, een hengelsport (en jacht) tijdschrift waarop ik in mijn Stavangerperiode geabonneerd was.
Door de Noren werd het vliegje vooral als “opphengerflue”, dwz als bijvlieg aan een zijlijntje onder een “sluk”, een kunstaaslepel, gebruikt.
De Denen gebruikten hem “echt” als vlieg, aan de vliegenhengel, en met succes.

Ik heb er heel goede herinneringen aan: op mijn favoriete Noorse zeestekje bij Hellestø, heb ik er behalve zeeforel ook gulletjes en pollack mee gevangen. De standaardkleur van de vlieg is bruin, maar bij heel koud, of gekleurd water kan een fel oranje (“hot orange”) Shrimp Slammer toch nog voor succes zorgen. Hoe bind je nou zo’n Shrimp Slammer, en welke materialen heb je er voor nodig.
Nodig zijn: een natte vliegenhaak # 4-8 (in het bindvoorbeeld hieronder wordt de TMC 3761 gebruikt), donkere rubberen “pootje”, ca. 1 mm. dik; kleine kettingoogjes; bruine dubbing; bruine hackle (met fiberlengte ca. haaklengte); dun koperdraad voor ribbing; en een (bruine/rode) eekhoornstaart.



De procedure


Knijp de weerhaak dicht, zet de haak in de vice, zet binddraad op en bind achteraan een stuk koperdraad in.

Bind nu een bruine hanenhackle in, met de punt. De fibers moeten ca. haaklengte lang zijn, mag iets langer. Het is een goed idee “spadehackles“ (de bredere hackles van de zijkanten van de skin) te gebruiken, die hebben al wat langere fibers, en deze zijn iets slapper.

Ga nu met het binddraad naar voren en bind direct achter het haakoog twee rubberpootjes, naar voren uitstekend, in. Maak een paar achtjes om ze te spreiden. Maak deze “voorpootjes” of “antennes” iets langer dan de haak.

Bind nu een plukje haar van de eekhoornstaart in. Je bindt het bosje haar naar voren in; vwb de lengte moet je rekening houden dat het bosje later naar achter wordt gevouwen en als “vleugel” dienst gaat doen. Die vleugel wordt iets langer dan de haak.

Zet nu een paar kettingoogjes stevig vast, bovenop de haaksteel, op het eekhoornhaar, achter het haakoog.

Vervolgens ga je met het binddraad naar achter en zet wat grove, bruine (hazen- of zeehond(imitatie)-) dubbing op.

Wikkel de dubbingstreng naar voren en vorm een mooi lijfje. Pulk de dubbing (met een stukje velcro of de dubbingnaald) een beetje uit.

Palmer nu de hackle naar voren, let er op dat de fibers naar achteren wijzen. Bind af, verwijder het overschot, en wikkel vervolgens het koperdraad tussen de hackles door naar voren. Doe dit in de andere richting dan je de hackle wikkelde, en maak met het koperdraad een zig-zaggende beweging, zodat de fibers niet onder het koperdraad komen vast te zitten. Zet het koperdraad vast met het binddraad en knip of breek het overschot af.

Sla nu het bosje eekhoornstaart naar achter, tussen de beide kettingoogjes en bind af. Leg een goede whip-finishknoop .

Binddraad afknippen, de knoop lakken, en een uitstekende zeeforelvlieg is klaar.



Succes met binden en vissen,

JanvdB

 

 

 

 

<< Vorige | Volgende >>